De blik van onze nieuwe bestuurder

Rutger Brouwer is sinds 1 januari 2026 de nieuwe bestuurder van Levvel. Samen met Nellieke de Koning vormt hij de Raad van Bestuur. Wie is hij en wat drijft hem en wat is zijn eerste indruk van Levvel?

portret van bestuurder rutger brouwer

Rutger woont in Lelystad met zijn partner Jeanine en hun 3 kinderen van 16, 11 en 9. 

‘Ik ben een echte polderjongen, opgegroeid met de maakbaarheidsgedachte: de overtuiging dat je met inzet en doorzetten iets kunt opbouwen dat er eerst nog niet was. Mijn grootouders waren polderpioniers, ze trokken vanuit het noorden en oosten naar de polder en startten een boerenbedrijf en een transportbedrijf. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur, en mijn moeder ving -naast de zorg voor ons gezin met 5 kinderen- jongeren op die het moeilijk hadden.

‘Ik ben altijd verliefd gebleven op de polder en voel me een bevoorrecht mens dat ik nu met mijn fijne gezin op een mooie plek in Lelystad woon.’

Welke ervaringen hebben je gevormd?

‘Hoewel mijn beide ouders afkomstig waren uit krachtige ondernemende families, bracht hun persoonlijke positie binnen die families eigen uitdagingen met zich mee, die ook in ons gezin voelbaar waren. Zo werd mijn vader als oudste zoon niet geschikt geacht voor de opvolging van het familiebedrijf. Mijn moeder kwam uit een groot gezin, waar zij zich niet altijd op haar plek voelde.

‘Het was een liefdevol gezin, maar het grensde ook aan armoede, er waren zorgen over ons gezin. In deze tijd zou het bestempeld zijn als jeugdhulpgezin. Hoewel ik veel respect voor mijn ouders heb, wilde ik het anders doen. Op verschillende plekken waarde toevoegen. En gelukkig had ik daar de mogelijkheden voor, en ik realiseer me dat dat niet iedereen gegund is.’

Hoe verliep je loopbaan voordat je in de jeugdzorg ging werken?

‘De opdracht thuis was: ga zo snel mogelijk werken. Studeren werd niet gestimuleerd. Ik ging werken in de agrarische sector, op de boerderij. Dat vond ik fantastisch. Het is overzichtelijk, je ervaart het ritme van de seizoenen en zorgvuldigheid wordt beloond: de mate van zorg heeft direct invloed op het welzijn van de gewassen en de dieren.

‘Ondertussen volgde ik de HEAO. Na mijn studie deed ik een traineeship bij Lidl, daarna werkte ik bij een dochterbedrijf van de NS, ik begon als controller en werd uiteindelijk eindverantwoordelijk voor alle HEMA’s en kiosken op alle stations. Daar leerde ik hoe belangrijk het is om vanuit een relationele context te opereren.’

Waarom maakte je de stap naar de jeugdhulp?

‘Ik wilde proberen waarde toe te voegen in andere sectoren. Na een korte baan bij een kleine zorgorganisatie gespecialiseerd in autismezorg kwam ik bij iHub terecht. Eerst in een centrale functie voor huisvesting, vastgoed en facilitair bedrijf en later als regiodirecteur Noord-Holland.’

Hoe was die overstap?

‘Als ik had geweten hoe complex de jeugdhulp was, dan was ik nooit ingestapt. Mensen buiten de zorg onderschatten hoe complex we de jeugdhulp met z’n allen georganiseerd hebben en hoe lastig het is om daar sturing aan te geven.’

Maar je bent toch gebleven.

‘Klopt, want het raakte me enorm dat er mensen zijn die in het ontregelde leven van anderen stappen en hen verder helpen. Het is betekenisvol werk. Ik dacht: daar wil, vanuit een dienend perspectief, onderdeel van zijn.’

Wat kenmerkt jouw stijl van leidinggeven?

‘Ik kom uit hiërarchische werkculturen, maar ik heb geleerd – vooral toen ik vader werd – dat het geen zin heeft om met macht en kracht richting te geven. Je bereikt meer door achter en naast mensen te staan, en als het nodig is, ervoor. 

‘Dat vind ik niet altijd makkelijk, want ik ben van nature een ongeduldig mens. Vanuit dat ongeduld moet ik opletten dat ik niet te veel ga overnemen.

Wat is je kracht?

‘Ik heb in mijn leven steeds beter geleerd om daadwerkelijk verbinding te maken met mensen. Daarnaast bewaar ik het overzicht goed en snap ik hoe bedrijfsmatige wetten van belang zijn voor een duurzame bedrijfsvoering. Uiteindelijk moet er net iets meer geld binnenkomen dan we aan totale kosten met elkaar te betalen hebben. Daar hebben we ons allemaal toe te verhouden. We zijn goed in zorg verlenen, maar de bedrijfsmatige wetmatigheden, zoals financiën en gezinsgerichte tijd, worden onderschat. Daar zou wat mij betreft ook in de opleidingen meer aandacht voor mogen zijn.’

Wat is je indruk van Levvel na de eerste 3 maanden?

‘Naast dat ik de kernwaarden ‘samen, aandacht, verdiepend en lef’ echt terugzie, vind ik Levvel een hele welkome organisatie. Dat voelde ik al voordat ik bestuurder was. Het welkome leeft hier heel sterk. En dat heeft ook veel waarde voor de jongeren en gezinnen.

‘Daarnaast valt me de rijkdom aan expertise op. En al die verschillende persoonlijkheden, allemaal met hun eigen achtergronden en geschiedenissen, met een gedeelde drive om jongeren en gezinnen de juiste hulp te bieden.’

Welke momenten maakten indruk?

‘De kennismakingen met de verschillende teams: een prachtige route van preventieve en voorliggende naar intensieve zorg - als polderjongen op de fiets door Amsterdam. Maar ook de psychiatrische zorg op de Meibergdreef, waar op zo’n mooie zorgvuldige manier zorg wordt opgebouwd voor jongeren die intensieve hulp nodig hebben. Op die momenten komt dat bevoorrechte gevoel weer naar boven, dat ik hier onderdeel van mag zijn.’

Waar zit volgens jou de kracht van Levvel? 

‘In de kennis. En ik wil graag de ondersteunende diensten noemen: goede zorg valt of staat daarmee. Daar zit veel kennis en kunde, ze verzetten ontzettend veel belangrijk werk.’

Waar zit spanning?

‘Dat hier veel kan en mag. Levvel is rijk aan ideeën, maar dat vraagt ook om begrenzing. Ik zeg vaak: je mag pas weer opscheppen als je je bord leeg hebt. Eerst volharden, afmaken, implementeren, voordat je aan iets anders begint. Soms betekent dat: dit goede idee in de koelkast zetten. Met prioritering. En daar gebruik je de kracht van kennis voor, om de afweging te maken: is dit nou echt het belangrijkste? En moet het andere daarvoor wijken of stopgezet worden?

Ook hebben we te maken met de Amsterdam-factor: ‘Amsterdam is anders’.  Dat zie ik mijn hele leven al. Dat moeten we enerzijds koesteren, maar we moeten ons er ook van bewust zijn dat die veranderingsdrang ons juist in de weg kan staan.’

Waar hoop je over een paar jaar trots op te zijn?

‘Trots vind ik een lastig woord. Het schuurt voor mij al snel tegen hoogmoed aan. Ik kies liever voor het Vlaamse woord fier. Dan hoop ik fier te zijn dat we met elkaar het besef hebben dat niet alles kan. En dat we ons daartoe verhouden en samen de juiste keuzes maken. Daar zou ik heel blij mee zijn.’ 

Wat wil je nog graag kwijt?

‘Ondanks dat ik sterk gevoeld heb dat ik van betekenis wil zijn in het werk, had ik niet gedacht had dat ik bestuurder bij Levvel zou worden. Want wie ben ik om deze belangrijke club met zoveel geschiedenis te mogen leiden? Het heeft me moeite gekost om over deze twijfel heen te stappen. Dankzij de aanmoedigingen van anderen ben ik de procedure ingestapt. Maar die twijfel die ik draag, zie ik ook als brandstof. 

Toen de procedure ging spelen, overleed mijn vader aan kanker. Vlak daarna overleed mijn moeder aan Alzheimer, precies in de week dat ik hoorde dat ik deze functie mocht gaan beoefenen. Ik dacht even: vanuit het universum wordt het stokje doorgegeven. Dus 2025 gaat mijn persoonlijke geschiedenisboek in als een onwaarschijnlijk jaar.’